"Ootmarsum was eeuwenlang centrum van de macht"
Ootmarsum was eeuwenlang centrum van de macht

Ootmarsum speelde eeuwenlang een belangrijke rol in de regio. Dat was te danken aan de vestiging van de commanderie net buiten het oude stadscentrum. De grond kwam in 1262 in handen van de geestelijke militaire broederschap de zogeheten Duitse Orde in Utrecht.

Door giften van vooraanstaande Twentenaren werd het bezit in de Duitse Orde vergroot. Om deze bezittingen te beheren werd in 1270 begonnen met de bouw van een nieuwe commanderie.

De Duitse Orde was de jongste van de drie grote geestelijke ridderorden die onstonden tijdens de kruistochten.

Door toevoeging van het militaire aspect naast het religieuze werd de or¬de een machtige organisatie in Europa. Aan de broeders c.q. ridders van de Duitse Orde werden strenge eisen ge¬steld. Religie voerde de boventoon.

Daarnaast was hun taak het verzorgen van zieken en het bestrijden van de vij¬anden van het christendom.

Naarmate de bezittingen toenamen, werd ook de invloed van de Duitse Orde groter tot in Drenthe en de graafschap Bentheim toe. De commanderie werd steeds verder uitgebouwd. Een brede gracht beschermde de commanderie voor indringers. In 1480 werd de houten kapel vervangen door een van zandsteen. In totaal zwaaiden zestien commandeurs tussen 1262 en 1639 de scepter. Hun namen zijn in Ootmarsum terug te vinden als straatnamen en hun wapens zijn wandpanelen in het oude stadhuis. De Reformatie in de 17e eeuw had grote gevolgen voor het voortbestaan van de commanderie. De toenmalige commandeur bekeerde zich tot de nieuwe leer, trouwde en werd particulier bezitter van het complex. Dat betekende het einde van de commanderie. De nakomelingen van Von Heiden bewoonden nadien nog vele jaren de commanderie, toen ook wel Huis Ootmarsum geheten.

Hun groeiende maatschappelijk positie ging gepaard met het verfraaien en verbouwen van het Huis. Er kwamen fraaie tuinen, vijvers, fonteinen en priëlen. De grote omwenteling in Europa na de Franse Revolutie eind 18e eeuw luidde ook het einde in voor het Huis Ootmarsum. Door geldgebrek en schulden werd de laatste bewoner, de familie Von Heiden Hompesch genoodzaakt het huis met alle bezittingen te verkopen. Dat leidde tot de sloop van de ooit zo machtige commanderie. In 1811 werd letterlijk de laatste steen weggehaald. Want ondanks meerdere ar-cheologische onderzoeken is nauwelijks iets teruggevonden. Het enige wat resteert is het Molenhuisje, de waterloop en de historische begroeiing. Die is ook het uitgangspunt voor de wederopbouw. Dat er nadien geen bebouwing terugkwam is het geluk van de nieuwe plannenmakers.
 
Bron: De Twentsche Courant Tubantia van 17-11-2011